CHRIS VAN DEN BERG

zijn gedichten

 

Om de mensen



om de sombere blokken


van huizen


waarin hun liefde


tot het doelloze


gebaar


van elke dag wordt


en


om vroeger


toen zij elkander


zochten


in vuriger gebaren


en dezelfde kinderen verwekten





De nachtvrouw



ik houd de dag in mijn hand


en doe mijn hand niet toe



de warme dag in mijn hand


draag ik langzaam naar de nacht



ik lig met mijn ogen omgekeerd


als de nachtvrouw komt


die legt soepele handen


nachtvrouwhanden om mijn hart



het zwart achter mijn ogen


wordt tot vlamscharlaken


dat de nachtvrouw verft


met haar handen om mijn hart



dan til ik haar hoog in het rood


leg haar laag in het zwart


dag en nacht vallen uit mijn hand


uit mijn hoofd groeit een purperen


maan


Zonde en berouw



Ik schrijf berouw


In het zwarte schrift


Van mijn leven


Met een grauwe stift



Maar de zonde


Die niet geschreven wordt


Is rood


Van het bloed



Dat gonst achter mijn oren


Zodat mijn handen


Moeten luisteren


Over haar lijf luisteren moeten


En alles willen ontmoeten


Waarvan mijn bloed zingt


Achter mijn oren





Verlangen



Ik wil zitten in de nacht


Getrokken door een koele klare maan


mijn vingers spreiden


over de fluwelen leuning


van twee violette wolken


met groene randen


de hoop


die ik mijn leven lang


zo grijpbaar weten zal


als deze nacht



ik wil een ijle kille lucht instijgen


zonder geleide


los van gedachten


met de vlammen van


mijn eigen warmte


mijn naam schrijven


dicht onder de sterren